De oudste wetgeving van de Orde is gelegen in de Oude Plichten. Deze werden geschreven door Anderson in 1723. Volgens de overleveringen zijn zij gebaseerd op de patenten de organisaties van bouwers waarvan de in 1717 opgerichte moderne vrijmetselarij zo royal gebruik heeft gemaakt. De eerst Nederlandse vertaling dateert van 1736, ten tijde van de eerste poging een zelfstandige Nederlandse Grootloge te stichten. Deze verzelfstandiging liet echter opzich wachten tot 1756 toen van de Engelse Grootloge een acte van vrijverklaring werd ontvangen. De vertaling van 1736 was toen, mede door het tijdelijke verbod op de beoefening van de vrijmetselarij door de Staten van Holland en Zeeland, in de vergetelheid geraakt. In 1761 verscheen er een nieuwe versie van 'pligten en wetten' voor de Groote Loge der Zeeven Vereenigde Neder-landen, opnieuw met de Oude plichten als grondslag. Ook in de hedendaagse wet- en regelgeving vormen de Oude Plichten nog steeds de basis, weliswaar niet naar de letter, maar wel naar de geest.

De hedendaagse Ordewetten zijn vastgelegd in de Beginselverklaring.